Wanneer ik om me heen vertel dat ik op stilte retraite ga, krijg ik veel reacties. Het woord alleen al roept iets op: nieuwsgierigheid, weerstand, verlangen. Alsof stilte tegelijk aantrekt en afschrikt. Veel mensen vinden het interessant. Fascinerend. En zeggen er meteen achteraan dat ze er zelf niet aan moeten denken. Toch volgt bijna altijd: “Ik hoor graag hoe het geweest is.”
Aanvankelijk deelde ik het omdat ik dacht dat meer mensen dit ook wel zouden willen. Inmiddels weet ik beter.
Terug naar verstilling
Verstilling vraagt iets wat we niet vaak oefenen: naar binnen keren. Introspectie. Niet weg van jezelf, maar juist dichterbij.
Stilte maakt dat de subtiele signalen van je lichaam meer ruimte krijgen en dus aandacht. Die ene plek bij je schouder die al een tijd zeurt. Die broek die net iets te strak zit. De vermoeidheid in je lijf. Zwaarte.
En ook: de regendruppels buiten (hoezo stil?), het tikken van de klok, het licht dat misschien net even te fel is. De piep in je oren die er eigenlijk altijd wel is.
Wanneer de buitenste lagen stiller worden, volgt vaak iets anders vanzelf: gedachten. Want je hersenen houden zichzelf graag bezig. En met die gedachten komen gevoelens en emoties.
Wat doe je met wat opkomt?
Dat is voor mij misschien wel de kernvraag van verstilling.
Probeer je emoties te onderdrukken? Of dompel je je erin onder?
Ik gebruik zelf graag het beeld van de zee. Emoties hebben een eigen stroming. Soms rustig, soms krachtig. En soms kom je in een mui terecht.
Een mui vecht je niet weg. Daar ga je niet tegenin zwemmen.
De kunst is herkennen wanneer je erin zit. Je laten meenemen zolang de stroming sterk is, want het is er toch al. Vechten kost alleen maar energie. Wanneer de kracht afneemt en je merkt dat de emotie zakt, ontstaat er ruimte. Dan neem je afstand. Niet door te onderdrukken, maar door te observeren.
Van daaruit kun je weer richting kiezen. Op eigen kracht, met vertrouwen, terug naar de kust. Soms kom je op een andere plek uit dan waar je begon. En dat is oké.
De les is niet om emoties te vermijden, maar om te leren navigeren in je eigen binnenzee. Weten wanneer je mag voelen. Wanneer je mee mag bewegen. En wanneer je zelf in actie komt.
Stilte is niet hetzelfde als rust
Stilte wordt vaak gezien als iets wat je moet vermijden. Door muziek aan te zetten. Door te praten. Door bezig te blijven en onderweg te zijn.
Maar stilte is niet automatisch rust.
Wat als je bewust alles even stopt? En alleen de wereld om je heen laat draaien. Alsof je een sneeuwbol schudt en niets anders doet dan wachten tot de vlokjes vanzelf weer neerdwarrelen. Zonder ze tegen te houden. Zonder ze te sturen.
Wat zou er dan zijn? Onrust? Gedachten? Ongemak?
Kun je dat waarnemen, zonder oordeel? Zonder het meteen te willen veranderen?
Wat er in je brein gebeurt
In stilte wordt een netwerk in je hersenen actiever dat bekendstaat als het Default Mode Network (DMN).
Dit netwerk is betrokken bij zelfreflectie, herinneringen, het verwerken van emoties en het leggen van betekenisvolle verbanden. Juist wanneer je niet bezig bent met taken of prikkels van buitenaf, komt dit systeem online.
Dat verklaart waarom stilte soms allesbehalve leeg voelt. Er komt ruimte voor wat normaal overstemd wordt. Voor gedachten die zich niet opdringen, maar wel iets te vertellen hebben.
Verstilling is dus geen ‘uitzetten’, maar een ander soort aandacht.
In mijn werk als coach nodig ik mensen uit om beter te luisteren naar hun innerlijke signalen. Tegelijkertijd oefen ik daar zelf nog elke dag mee. Verstilling is geen afgerond proces, maar iets wat zich steeds opnieuw aandient.
Mijn stilte retraite
Ik ga drie dagen op stilte retraite. Niet praten. Niet fluisteren. Niet gebaren naar elkaar. Niet zingen of neuriën.
Maar ook: geen muziek. Geen boeken.
Alleen ieder met zichzelf.
Er zijn sessies met opstellingen. En een dagboek om in te schrijven.
In mijn hoofd is altijd veel. Veel gedachten. Veel ideeën. Soms voelt dat creatief en levendig. Soms onrustig en frustrerend, alsof er continu een radio aanstaat op de achtergrond.
En er is twijfel. Uiteraard.
Hoe zal het gaan? Kan ik dit? Wat ga ik tegenkomen? Welk deel van mezelf houd ik thuis weg door maar bezig te blijven? Wil ik dat wel zien?
Dit is precies de uitdaging die mij te wachten staat.
Misschien levert het inzichten op. Misschien vooral vragen. En als het niets ‘oplevert’, dan is dat op zichzelf ook een les.
In verwachtingen loslaten.
